Onterechte beschuldigingen

en het wetsvoorstel van minister Grapperhaus voor nieuwe strafbaarstellingen van ‘seks tegen de wil’ en ‘seksuele intimidatie’

Photo by Timon Studler on Unsplash

De #Metoo-beweging maakte veel los. Slachtoffers van seksuele intimidatie en misbruik werden aangemoedigd om hun ervaringen te delen, erover te praten en misstanden te melden. Dat is een goede zaak. De onthullingen en discussies in de media maken ons ervan bewust dat twee personen een voorval of vrijpartij totaal verschillend kunnen interpreteren. Wat de een ziet als een gezellige avond, kan de ander – soms pas (veel) later – ervaren als verkrachting. Hij of zij heeft achteraf spijt of wil iets verbergen. Tussen deze twee extremen zit een groot grijs gebied. Wat is waarheid, welk verhaal klopt of hebben ze misschien allebei een beetje gelijk? En wat als de beschuldiging vals blijkt te zijn of de aangifte van misbruik is gedaan uit wraak, bijvoorbeeld na een scheiding om de ex-partner te treffen?

Dit laatste komt veel vaker voor dan leken denken, met enige regelmaat zelfs, zegt Kim Lens van de Universiteit Tilburg. ‘Het zijn voornamelijk vrouwen die bij een vechtscheiding de volledige voogdij proberen te krijgen over hun kind en om die reden liegen dat zij of hun kind is misbruikt.’ Als er aangifte is gedaan, is het aan de politie om te onderzoeken of de beschuldigingen terecht zijn of niet. Rechercheurs kunnen het onderscheid tussen een echte en een valse zedenaangifte niet altijd goed maken, zegt rechtspsycholoog André De Zutter van de Vrije Universiteit Amsterdam. Volgens De Zutter komen onterechte zedenaangiften, vergeleken met andere misdrijven, vaak voor. Als die worden gedaan rondom een scheiding is de beschuldiging in 90 – 95% van de gevallen onterecht.

In de zaak van Frans blunderde de politie ook bij het beoordelen van de valse aangifte van seksueel misbruik die zijn ex-partner tegen hem deed. Zij handelde overduidelijk uit wraak omdat Frans de relatie had beëindigd toen hij ontdekte dat zij vreemdging. Met de aangiftes wilde ze haar vreemdgaan verdoezelen en zich de kinderen toe-eigenen die na de scheiding bij Frans woonden. Maar in plaats van de beschuldigingen te onderzoeken en het motief voor de aangifte na te gaan, ging de politie kritiekloos mee in haar leugens.

Seks als wapen in de scheidingsstrijd

Als de politie eenmaal in die tunnel zit, is er nauwelijks nog een weg terug. Niet alleen voor Justitie zelf, maar ook niet voor het vermeende slachtoffer. Die komt, als de stap naar een aangifte eenmaal is gezet, op een ‘point of no return’. Om geloofd te worden komt er iedere keer een schepje bovenop; de verhalen worden almaar groter en ernstiger waardoor het steeds moeilijker wordt om – zonder gezichtsverlies – nog op de onterechte beschuldigingen terug te komen.

‘Seks is een machtig wapen en de van seksuele intimidatie of verkrachting beschuldigde man lijkt bij voorbaat kansloos. Voordat hij zich heeft kunnen verdedigen is hij meestal al veroordeeld,’ schreef oude advocaat Chris Veraart twintig jaar geleden al in ‘Valse zeden’. Zedenrechercheurs, maar ook officieren van justitie scharen zich gemakkelijk achter het vermeende slachtoffer en gedragen zich als hulpverlener in plaats van objectieve waarheidsvinders. In het verhaal van de verdachte zijn ze niet geïnteresseerd. Ze weten al dat hij de dader is, vaak zonder dat er ook maar één onderzoekshandeling is verricht. Juist omdat het bewijs in zedenzaken zo flinterdun is zou je verwachten dat politie en Openbaar Ministerie uiterst zorgvuldig te werk gaan bij het achterhalen van de waarheid. Niets is minder waar. Volgens Chris Veraart laten (zeden)recher­cheurs en officieren van Justitie zich te gemakkelijk leiden door emoties, het morele gelijk en scoringsdrift.

Zedendelicten zijn stigmatiserend

Een rechter: ‘Het risico dat je iemand onterecht veroordeelt, is in zedenzaken groter omdat er vaak maar weinig bewijs is.’ Het gaat erom valse van echte aangeefsters/aangevers te kunnen onderscheiden. Daarmee zijn niet alleen de onterecht beschuldigden, maar ook de echte slachtoffers van seksueel misbruik gebaat.

Zedendelicten zijn zeer stigmatiserend, zegt Kai Lindenberg, hoofddocent straf(proces)recht aan de Universiteit van Groningen. ‘Het zal je maar gebeuren dat iemand zoiets over je naar buiten brengt, terwijl het niet waar is. Je bent in feite al schuldig bevonden. Het vervelende is, is dat er ook valse aangiften worden gedaan. Beide kanten van seksueel misbruik werken ontwrichtend.’ Daar komt bij dat onterechte zedenaangiften zelden worden vervolgd. Dit terwijl Landelijk zedenofficier van justitie Eva Kwakman al in 2012 beterschap beloofde en zei dat Justitie voortaan altijd vervolging zal instellen bij een valse aangifte van een zedenmisdrijf. Tot nu toe is daar niets van terechtgekomen. 

Met dat in het achterhoofd is het wetsvoorstel van minister Grapperhaus ronduit beangstigend omdat het de deuren nog verder openzet voor kwaadwillende exen hun de strijd om de kinderen.

Ogen niet sluiten voor onterechte beschuldigingen

Een ding staat vast, of ze nu echt zijn of vals, bij zedendelicten zijn geen winnaars en verliezers, alleen maar beschadigde, verdrietige en getraumatiseerde mensen. Alle aangiften rondom seksueel misbruik moeten serieus genomen worden, zegt Kim Lens van de Universiteit Tilburg. ‘Zulke dingen horen niet te gebeuren. Maar we moeten onze ogen ook niet sluiten voor onterecht beschuldigde mensen.’

Bronnen:

Facebooktwitterlinkedinmail

Ouderverstoting en de dubbele moraal van het Openbaar Ministerie

Wijst de politiek ze op hun verantwoordelijkheid?

Het Openbaar Ministerie beloofde beterschap. Aan de ‘emotionele benadering’ van zedenzaken moest een einde komen en waarheidsvinding kwam weer voorop te staan. Dat was in 1999 nadat in enkele geruchtmakende misbruikzaken alle beschuldigingen achteraf onterecht bleken. Én nadat er steeds vaker berichten verschenen over gescheiden vaders die valselijk van incest waren beschuldigd door hun ex-vrouw. Schrijnende verhalen van gewone, rechtschapen vaders die zo uit het leven van hun kinderen werden geschrapt. Twintig jaar later is er van die mooie belofte van het OM niets terechtgekomen.

Een scène. De ex-vrouw van Koos beschuldigde hem van seksueel misbruik van hun 6-jarige dochter. Na onderzoek blijkt er niets aan de hand te zijn, de enige bron van het verhaal is zijn ex. De kinderen van Koos, pubers inmiddels, willen geen contact met hem. Ze geloven hun moeder die volhoudt dat de dochter door hem is misbruikt. De aanklacht van Koos tegen zijn ex, wegens een valse aangifte, leidde tot niets. ‘Zij leeft vrolijk door, maar ze heeft mijn leven kapot gemaakt,’ zegt Koos. ‘Ik wil niet dat ze daarmee wegkomt.’

Wapen in de scheidingsstrijd

Maar ze komen er wel mee weg, nog steeds. Het verhaal van Koos dateert uit 2008. In die periode kwam de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken (LEBZ)* naar buiten met opzienbarende conclusies over beschuldigingen van seksueel misbruik na scheiding.

Lees verder
Facebooktwitterlinkedinmail

Ouderverstoting, omdat het kan

Het blijft een roetzwarte dag; 13 februari. Die dag -nu dertien jaar geleden- begint voor Frans de nachtmerrie die ouderverstoting heet. Hij is een van de vele ouders die na een scheiding zijn kinderen niet meer te zien krijgt. Gewone, zorgzame, gezonde, liefhebbende en betrokken vaders en moeders die door hun ex-partner op een afschuwelijke manier uit het leven van hun kinderen zijn gewerkt. Deze ernstige vorm van psychische (kinder)mishandeling en ex-partner geweld verwoest jaarlijks de levens van duizenden kinderen en ouders. Het is een groot maatschappelijk drama, maar niemand grijpt in. Overheid, instanties en rechtspraak staan erbij en kijken ernaar. Al jaren!

Ouderverstoting wordt zwaar onderschat. Bij ruziënde ouders die elkaar -jaren na de feitelijke scheiding- nog steeds het leven zuur maken en van het ene conflict in de volgende gerechtelijke procedure rollen, denken instanties al te weten wat er speelt. Dat geldt ook wanneer de ene ouder de andere (vals) beschuldigt van mishandeling of zelfs kindermisbruik en de kinderen als (psychologisch) wapen inzet om de ex-partner buiten te sluiten. ‘Gevalletje vechtscheiding,’ roepen de kinderbeschermers en (jeugd)hulpverleners direct. Zonder gedegen onderzoek te doen, daarop is al langer kritiek. Op basis van hun onderbuik- en niet-pluis-gevoel en vooral onwetend over deze complexe problematiek, gaan ze aan de slag met mediation, ouderschapstrajecten, raadsonderzoeken, kinderverhoren, gezinsvoogden en in het ergste geval een uithuisplaatsing.

Lees verder
Facebooktwitterlinkedinmail